1 pièce 1 ampoule

Door · Bijgewerkt op

Handleiding

Halogeenspots vervangen door LED

Een halogeenspot van 50 W geeft ongeveer 350–400 lm. Een LED van 4–6 W doet hetzelfde: 88–92 % minder vermogen voor hetzelfde licht.

1. Spot herkennen

  • GU10: twee korte pinnen met voetjes, vastdraaien. 230 V, geen trafo.
  • MR16 (GU5.3): twee dunne rechte pinnen, insteken. 12 V via een trafo in het plafond.

2. Lichtstroom kiezen

HalogeenLED-doelTypische LED
35 W≥ 230 lm3–4 W
50 W≥ 350 lm4–6 W

Halogeen-equivalenten voor gerichte lampen volgens Verordening (EU) 1194/2012. Behoud de stralingshoek (meestal 36–40°) en kies 2700–3000 K voor warm halogeenlicht.

3. MR16: de trafo-valkuil

Oude elektronische halogeentrafo's vragen vaak 20–35 W minimale belasting. Eén LED van 4 W zit daaronder: flikkeren of geen licht. Oplossing: een LED-driver voor het totale vermogen, of overschakelen op GU10-fittingen op 230 V (werk aan de installatie: NEN 1010 / AREI).

4. Dimmer

Zie dimbare LED: dimbare LED's en een fase-afsnijdingsdimmer.

5. Veiligheid

Schakel de groep uit en laat halogeenlampen afkoelen – ze worden ruim 100 °C heet. Let bij inbouwspots in geïsoleerde plafonds op de markering voor afdekking met isolatie.